ZyAIR Access Points installeren en configureren.


referentie Z109E


Deze tekst is bedoeld voor het installeren van de verschillende ZyXEL ZyAIR wireless access points.
De instructies werken bij de ZyAIR B-500, G-500, B1000 (v.2), G-1000, B-3000 en G-3000 (oudere firmware).
De G-3000 met nieuwere firmware wijkt af, mocht u tijdens het gebruik van dit document bij een G-3000 schermen te zien krijgen welke
sterk afwijken, kijk dan op Installatie en gebruik ZyAIR G-3000H
De mogelijkheden van deze modellen verschillen van elkaar en de verschillende afbeeldingen wijken ook iets van elkaar af, maar de basisinstellingen zijn op ieder van de genoemde apparaten gelijk.
De procedure werkt met de nieuwste firmware versies. Het document bestaat uit de volgende stappen:

1: Voorbereidingen
2: Computer aansluiten op het Access Point
3: Basisconfiguratie
4: Beveiliging
5: Overige mogelijkheden
Als het niet lukt
Relevante link
s


1: Voorbereidingen

Om het Access Point in te kunnen stellen moet deze via een ethernet kabel worden aangesloten op een computer. Het apparaat kan in het begin niet draadloos worden benaderd. U dient hiervoor een computer te gebruiken welke voorzien is van:
  • Een werkende, goed geinstalleerde ethernet aansluiting.
  • Een browser (zoals bijvoorbeeld Internet Explorer).
  • De Browser moet Javascript toestaan.
  • Sluit alle overige lopende programma's op de te gebruiken computer af, inclusief een firewall- of antivirus programma. U kunt deze weer activeren nadat de installatie is voltooid.
Ook in het geval dat u het Access Point later op bijvoorbeeld een router of modem/router aan wenst te sluiten dient hij eerst via een rechtstreeks aangesloten computer te worden geconfigureerd!

2: Aansluiten

2.1 Montage antenne
De ZyAIR -1000 en -3000 series worden geleverd met een tweetal afneembare antenne's.
Schroef deze voor dat u het apparaat aanzet vast aan de zijkant van het apparaat.


Bij de ZyAIR -500 serie zit de antenne aan het apparaat vast gemonteerd.
Klap de antenne uit naar een verticale stand t.o.v. het aardoppervvlak, dit geeft in de meeste gevallen een beter bereik.

2.2 Netspanning.
Het Access Point wordt geleverd inclusief een eigen 9 volts (500 serie) of 12 volts (1000 en 3000 serie) netspanningsadapter. Gebruik voor het aansluiten van het apparaat op de netspanning deze meegeleverde adapter. Sluit de kleine stekker aan op de "Power" ingang aan de achterzijde van het apparaat en steek vervolgens de stekker in een stopcontact. Na enige tijd gaan de volgende lampjes branden:
500 serie 1000 serie en B - 3000 G - 3000

Het PWR zal even knipperen,
waarna het PWR en het
WLANlampje groen
blijven branden.

Tijdens het opstarten licht
het bovenste lampje rood op en wordt daarna
groen. Het PWR-lampje
licht groen op.
Tijdens het opstarten
knipperen meerdere lampjes.
Uiteindelijk branden ze als
hierboven aangegeven


2.3 Ethernet aansluiting.
Sluit het Access Point met een ethernet kabel aan op de ethernet poort van de computer. Gebruik hiervoor de meegeleverde kabel
Nadat het apparaat met een opgestarte computer is verbonden gaat het ETH of ETHN lampje eerst knipperen en daarna aan. Het lampje heeft een oranje kleur bij een 100 MB verbinding en een groene bij een 10 MB verbinding. Het ETH of ETHN lampje zal flikkeren als er gegevens over de ethernet verbinding worden verzonden.

500 serie1000 en B - 3000 G - 3000


2.4 Computer IP adres instellen.
De juiste procedure om het IP adres op een computer in te stellen verschilt per versie van Windows en MAC OS, de procedure wordt beschreven in de volgende links:
Configuratie MAC OS.
Configuratie Windows.

Gebruik daarbij de volgende instellingen:
  1. U dient uw computer in te stellen op een vast IP-adres met een waarde tussen 192.168.1.3 en 192.168.1.254.
  2. Gebruik subnet masker 255.255.255.0.
  3. Het is op dit moment nog niet nodig om DNS gegevens en de Gateway in te voeren in de computer.
  4. Het Access Point heeft standaard het IP adres 192.168.1.2.
2.5 Verbinding controleren
Indien u beschikt over een Windows machine kunt u desgewenst de verbinding testen door een PING- test uit te voeren naar IP adres 192.168.1.2.
De juiste procedure hiervoor staat beschreven in het eerste deel van het document achter de onderstaande link:
PING-test.
De andere testen in dat document zullen het nog niet doen, aangezien u nog geen toegang met het internet heeft geconfigureerd.

3: Basisconfiguratie

3.1 toegang
Start uw browser op.
Vul in de adresregel het IP adres van het Access Point in. Dit is standaard 192.168.1.2. Druk daarn op Enter.
(mocht er niets gebeuren: probeer dan "http://192.168.1.2" en daarda Enter.)



Het voorbeeld hierboven is een afbeelding van Internet Explorer onder Windows 2000, andere versies van Windows en andere browsers kunnen er anders uitzien.

3.2 toegangscode
U krijgt na enkele seconden contact met het apparaat. Deze vraagt nu om een wachtwoord:



Tenzij u dit eerder anders heeft ingesteld is het wachtwoord 1234
Tik dit in en klik op de knop Login. Als u tijdens het invullen van gegevens in het apparaat te lang wacht sluit het apparaat automatisch de toegang af. Dit is zo ingesteld om te verhinderen dat iemand snel het apparaat anders insteld als u tijdens het instellen even weg wordt geroepen of met iets anders bezig gaat. U zult dan opnieuw via het invullen van het IP-adres en het invullen van het wachtwoord toegang moeten zoeken.

Nadat u het wachtwoord heeft ingegeven zult u mogelijk het volgende scherm zien:



U kunt hier een ander wachtwoord invoeren dan het voorspelbare 1234 en het Access Point zal vanaf dat moment dat andere wachtwoord aanhouden. Maar voor deze uitleg: klik op Ignore

3.3 Wizard starten
U krijgt een venster te zien waarin u het apparaat in kunt stellen.
Klik als eerste op de tekst Wizard Setup in de donkere linkerbalk (1)



Het oranje deel van de pagina zal veranderen in een venster als hierboven.
Vul onder (2) de naam in onder welk uw Access Point bekend moet zijn, in dit geval is gewoon B-500 ingevuld.
De regel daaronder laat u leeg.
Klik vervolgens op Next

3.4 Gegevens invoeren.
Het oranje deel van het scherm verandert in het onderstaande:



Onder (1) vult u de ESSID in van het Access Point. Dit is de naam van het netwerk, alle gebruikers van het netwerk behoren van dezelfde ESSID gebruik te maken. In het voorbeeld is 12345 aangehouden, maar we adviseren een wat minder voor de hand liggende naam te kiezen.
U zult ook het kanaal in moeten stellen. Dit kanaal dient gelijk te zijn aan de instellingen waarvan de verschillende andere gebruikers van het in te stellen netwerk gebruik maken. In dit voorbeeld is gekozen voor kanaal 9. (2)
*: U kunt hier eventueel ook een WEP-sleutel instellen voor het beveiligen van de toegang, maar wij adviseren om de verbinding eerst onbeveiligd te testen en pas als deze goed werkt via dit menu de WEP sleutel in te voeren.
Hierna klikt u op Next.

3.5 IP adres instellen.
In het laatste scherm kunt u het IP adres instellen. Dit staat standaard ingesteld als hieronder:



De instellingen welke u hier in dient te vullen zijn afhankelijk van de vraag of u het Access Point gaat gebruiken om met behulp van een achterliggende "router" of "router/modem" het internet te bereiken. U kunt de instellingen laten als ze in het voorbeeld staan indien de router zelf gebruik maakt van LAN IP adres 192.168.1.1. U dient dit IP adres wel in te vullen onder "Gateway".

Indien de router gebruik maakt van een ander LAN-IP adres dan 192.168.1.1 dan dient u de instellingen in het scherm als volgt aan te passen:
  • Onder IP adress een adres waarvan de eerste drie getallen overeen komen met de router. Het laatste getal moet tussen de 1 en de 254 liggen en mag niet gelijk zijn aan dat van de router.
  • Houdt het Subnet masker op 255.255.255.0
  • Vul onder Gateway Adress het IP adres in van de router.
Indien de router is ingesteld om automatisch IP adressen uit te delen kunt u ook kiezen om het Access Point automatisch een IP adres te laten ontvangen. Houdt er echter rekening mee, dat u dan niet meer weet welk IP adres het Access Point zal krijgen, met als gevolg dat u het Access Point niet meer kunt bereiken om de instellingen te wijzigen. Klik op Finish om de instellingen op te slaan.
Daarna kunt u het Access Point aansluiten op de router.
Houdt met het configureren van het netwerk achter het Acccess Point rekening met het volgende:
  • Pas de netwerkinstellingen van de computers aan aan de gewenste instellingen voor contact met de router. De juiste methode wordt omschreven in de handleiding van de betreffende router
  • .
  • Het access point geeft - mits goed ingesteld - automatische IP adressen gewoon "door" aan achter gelegen computers.
  • Indien u niet zeker meer weet wat het IP adres van het Access Point is, kunt u dit alleen herstelen met een "reset", maar dit betekent dat alle andere instellingen in het Access Point ook opnieuw zullen moeten worden ingevoerd.
3.6 Wireless verkeer
Bij het gebruik van een wireless verbinding zal op een -500 serie Access Point het bijbehorende lampje gaan knipperen.
Op een -1000 of -3000 serie router zal het baluwe lampje achter het ZyXEL logo oplichten.



4: Beveiliging

Iedereen die beschikt over de juiste instellingen kan draadloos contact maken met het Access Point en krijgt daarmee toegang tot uw netwerk. U kunt uw netwerk een heel stuk veiliger maken door de volgende stappen, welke met vrijwel alle moderne wireless cliënts mogelijk zijn:

4.1.1 ESSID moeilijker toegankelijk maken
Ga in het menu van het Access Point naar de optie Advanced, en vervolgens naar het tabblad Wireless.
Verander de naam van de “ESSID” in iets uniekers dan “Wireless” of "12345" (zoals in het onderstaande voorbeeld onder (1)).
Zet de optie “Hide ESSID” aan.



4.1.2 WEP versleuteling
Kies in hetzelfde menu onder “WEP Encryption” (2) voor “128 bit WEP”, onder “Authentication Method” voor “Shared Key” en vul de vier verschillende sleutels in (3). U dient dezelfde sleutels te gebruiken op iedere computer welke met een wireless client met uw Access point verbonden is, anders zal de verbinding niet tot stand komen.
Niet alle wireless cliënts ondersteunen 128 bit WEP. kies voor 64 bits WEP indien een of meerdere cliënten in het netwerk geen hogere encryptie ondersteunen.

4.1.3 MAC Filtering
Ga in het menu van het Access Point naar de optie Advanced, wireless en vervolgens naar het tabblad MAC Filter, zoals hieronder aangegeven.



Zet “Active” op “Yes” en “Filter Action” op “Allow Association” (1)
Vul onder Set 1 etc. de MAC adressen in van de cliënts welke u op de verschillende computers gebruikt. Dit adres is een code van zes delen, gescheiden door dubbele punten. Iedere cliënt behoort een eigen, uniek MAC adres te hebben. In de regel is dit te vinden op de buitenkant van de cliënt. Indien een gebruiker met een onbekend MAC adres nummer probeert om het Access Point te gebruiken zal hij door deze instellingen niet worden toegelaten.
NB
: deze beperking van de toegang geldt alleen voor wireless aangesloten computers. Het MAC Filter heeft geen effect op computers welke bedraad zijn aangesloten.

4.1.4 Verdere maatregelen
De combinatie van Hide Essid, een 128 Bits WEP- encryptie en MAC filtering biedt een goede, maar geen absolute garantie tegen hackers. U kunt het vergelijken met een stevig hangslot:



Dit betekent dat een ander niet zomaar toegang krijgt, maar een bekwame inbreker met het juiste gereedschap, voldoende tijd en de gelegenheid kán er doorheen komen.
Indien het Access Point deel uit maakt van een netwerk waarin belangrijke (bedrijfs)gegevens staan wordt daarom dringend aan bevolen om extra beveiligingsmaatregelen te nemen, zoals WPA, 802.1x en Radius.

4.2 WPA instellen
Een groot aantal ZyXEL wireless Access points en wireless routers beschikken over de mogelijkheid om WPA te gebruiken. WPA is in vergelijking met WEP veel veiliger, maar heeft de volgende beperkingen:
  • Niet alle Access points en alle firmware versies beschikken over deze mogelijkheid.
  • Voor het gebruik van WPA moeten ook de "cliënts" (gebruikers) van het access point of de router deze standaard aankunnen. Dat is lang niet altijd het geval
Om WPA op een ZyAIR Access point in te stellen gaat u naar het eerder aangegeven Wireless menu in de router, maar dit keer naar het tabblad 802.1x/WPA (1). Staat dit tabblad er niet, of staat er alleen 802.1x, dan bestaat de mogelijkheid niet of is dit apparaat niet voorzien van de juiste firmware of van het juiste type. Kijk in dat geval op de onderstaande link voor de laatste firmware versies van het Access Point:
Firmwareversies



Kies onder Wireless Port Control (2) voor de optie Authentication required.
Kies onder Key Management Protocol (3) voor de optie WPA-PSK. Dit maakt het mogelijk om de beveiliging in te stellen op het Access Point, zonder dat hiervoor verder contact met een authorisatieserver noodzakelijk is.
Vul onder Pre-Shared Key het gewenste wachtwoord voor de versleuteling in. (4). Maak hier iets unieks van dat lang is en niet voor de hand ligt. Kortjakje is een (slecht) voorbeeld.
Tik als laatste op Apply (5)

De overige instellingen kunt u laten zoals ze staan of aanpassen aan de waardes in het voorbeeld.

5: Overige mogelijkheden

5.1 Externe antenne's
De -1000 en -3000 serie Access points kunnen worden voorzien van een externe antenne. Aangezien de antenne op de -500 serie een integraal onderdeel uit maakt van het apparaat kan op dit type Access point geen externe antenne worden aangesloten.
De -1000 en de -3000 serie zijn voorzien van een actieve en een passieve antenne. U dient de actieve antenne te gebruiken. Gerekend vanaf de voorkant van het apparaat is dit de linker zijde (bij de B-1000 en B-3000) en de rechter zijde bij de G-3000. Op deze plaats kan een externe Wi-Fi antenne worden aangesloten, mits deze beschikt over een SMC connector met omgekeerde polariteit, zoals de ZyAIR EXT serie antenne's. Handel als volgt;
  • Haal de netspanning van het apparaat.
  • Schroef de actieve antenne los.
  • Schroef de externet antenne vast op de plaats van de actieve antenne.
  • Richt de externe antenne in de gewenste richting. Het signaal van een externe antenne is in de regel sterker in een specifieke richting, ten koste van de andere richtingen. Raadpleeg voor het goed uitrichten de documentatie van de externe antenne.
  • Sluit de netspanning weer aan.

5.2 AP en bridge mogelijkheden ZyAIR B-3000
De ZyAIR B-3000 biedt extra mogelijkheden tot het opzetten van een netwerk van beveiligde Access Points.
De uitleg over de configuratie van een dergelijk netwerk is te vinden onder onderstaande link:
ZyAIR B-3000 AP en Bridge

Als het niet wil lukken

Het succesvol tot stand brengen van een wireless verbinding lukt meestal zonder al te veel problemen, maar als het niet lukt of het signaal erg zwak is kan dit vele verschillende oorzaken hebben. Zie voor een aantal mogelijke oorzaken onderstaande link:
Wireless problemen

Relevante links:

Ethernet bekabeling
Installatie en gebruik ZyAIR G-3000H
Nieuwste Drivers en Firmware
Resetten naar de fabriekstoestand
Wireless beveiliging
Wireless problemen
Configuratie MAC OS.
Configuratie Windows.
PING-test
ZyAIR B-3000 AP en Bridge