Mac OS en router toegang
referentie Z020C
Version Française:  

Deze pagina bevat de instellingen welke nodig zijn om uw Apple met MAC OS 8, 9 of 10 contact te laten krijgen met een router via een UTP aansluiting.

Er zijn twee manieren om het IP adres in te stellen: dynamisch en vast (statisch).
Bij een dynamische instelling laat u de router of een server de adressen instellen via het DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol). De router deelt dan automatisch de adressen uit aan alle aangesloten apparaten. Dit is eenvoudiger in te stellen.

Het alternatief gebruik van vaste (statische) IP adressen is vereist indien:
- één van de achter de router gelegen computers van buiten bereikbaar moet zijn,
- u niet zeker weet of de DHCP-server goed werkt,
- de ISP dit vereist,
- een gebruikte applicatie dit vereist.
Het gebruik van een vast IP adres heeft als nadeel dat u meer dingen met de hand in dient te stellen.

Kies een van de hieronder genoemde mogelijkheden:

MAC OS 8 of 9 met een dynamisch adres
MAC OS 8 of 9 met een statisch adres
MAC OS 10 met een dynamisch adres
MAC OS 10 met een statisch adres

Mac OS 8 en 9 / dynamisch IP adres


Klik op Appeltje, daarna regelpanelen en dan TCP/IP:



Onder "Verbind via" selecteert u "Ethernet".
Onder "Configureer" selecteert u "Via DHCP-server".
Sluit het TCP/IP venster.



(*** In enkele gevallen zal hier 192.168.1.1 of 192.168.1.254 verschijnen)

Klik op "bewaren" of "save" als daarom gevraagd wordt.
Herstart de computer maar zorg ervoor dat uw ZyXEL voor die tijd al aanstaat en correct met de computer verbonden is.

Mac OS 8 en 9 / statisch (vast)IP adres

Klik op Appeltje, daarna regelpanelen en dan TCP/IP (zoals ook hierboven).

Onder "Verbind via" selecteert u "Ethernet".
Onder "Configureer" selecteert u "Handmatig".
Onder "IP adres" kiest u het IP-adres dat de computer dient te hebben. Houdt er rekening mee dat dit nummer:
- in het bereik moet liggen van de router,
- niet mag eindigen op .0 of .255 ,
- niet gelijk mag zijn aan het IP-adres van de router.
Onder "Subnet masker" vult u het subnet van het netwerk in. In de meeste thuisnetwerken is dit 255.255.255.0.
Onder "Router-adres" vult u het IP-adres in van de router. Dit is 192.168.1.1 OF 192.168.1.254, tenzij u dit in de router heeft gewijzigd.
Onder "Naamserver-adres:" kunt u de primaire en secundaire DNS van de Internet Service Provider invullen.

Indien u "Selecteer Hosts-bestand, Impliciet zoekpad: > Begin met domeinnaam: en Eindig met domeinnaam:" niet ziet staan, doet u dan het volgende:
Ga naar het Wijzig menu en selecteer 'Modus' of druk <Appletoets-U>. Selecteer 'Geavanceerd' en klik op 'OK'.



Sluit het TCP/IP venster. Klik op "bewaren" of "save" als daarom gevraagd wordt.

Mac OS 10 / dynamisch IP adres

Ga naar 'Apple menu', 'Systeemvoorkeuren',



Klik (indien nodig) op Netwerk



en (indien nodig) selecteert u "ingebouwd Ethernet" en "Selecteer".



In het volgende overzicht dient u onder het tabblad TCP/IP de gegevens als volgt aan te passen:



Toon: Ingebouw Ethernet.
Onder de tab TCP/IP:Configureer: via DHCP server.
IP adres en subnetmasker: afkomstig van DHCP server.
Domein-naamservers: 192.168.1.1. (het IP-adres van de router) en/of de primaire en secundaire DNS van uw Internet Service Provider.

Mac OS 10 / statisch (vast) IP adres

Via het 'Apple menu', 'Systeemvoorkeuren', 'Netwerk' (zoals hierboven) naar het instelmenu.
U dient de gegevens als volgt aan te passen:



Locatie: Kies "Automatisch"
Toon: Kies "Ingebouwd Ethernet".
Kies de TAB TCP/IP. Bij Configureer: Kies "Handmatig".
Vul de benodigde gegevens in :
Onder "IP adres" kiest u het IP adres dat de computer dient te hebben. Houdt er rekening mee dat dit nummer:
- in het bereik moet liggen van de router
- niet mag eindigen op .0 of .255
- niet gelijk mag zijn aan het IP adres van de router.
Onder "Subnet masker" vult u het subnet van het netwerk in. In de meeste thuisnetwerken is dit 255.255.255.0.
Onder "Router-adres" vult u het IP adres in van de router. Dit is 192.168.1.1 OF 192.168.1.254, tenzij u dit in de router heeft gewijzigd.
Onder Domeinnaamservers kunt u de primaire en secundaire DNS (zie DNS servers) van de Internet Service Provider invullen.
Onder Zoekdomeinen kunt u datgene invullen wat bij uw Internet Service Provider achter de apestaart @ komt.

Klik op "Pas nu toe" om de wijzigingen door te voeren. Welke gegevens er nodig zijn, is afhankelijk van uw router.
De gegevens hierboven zijn voorbeelden.
Sluit het venster via de rode cirkel links in het venster en selecteer 'Bewaar'.


Hierna kunt u toegang krijgen tot de router door middel van Telnet of met een browser toegang krijgen tot de Router Web configurator.
Kijk voor instructie hiervoor onder Toegang tot de Router Web configurator.
Kijk bij problemen onder Communicatieproblemen met de router.